|








|
Wat de critici over Geneviève Van der Wielen hebben geschreven:
"... De schilderijen van Geneviève Van der Wielen nemen u
mee naar een soort van parallel universum. Een aparte planeet, waar de
rauwe dagelijkse werkelijkheid van drugs, zelfmoord, pijn of eenzaamheid
grenst aan een droomwereld die wordt uitgebeeld door een glimlach, een
blik, een detail, een atmosfeer...
... Het geheel altijd doortrokken van sensualiteit en zelfs erotiek, maar
zonder ooit in vulgariteit te zinken..."
(Ingrid
Otto, Le Jour, 3 maart 2006)
"-... Aan de andere kant van een vorm die door Balthus of Lindner
wordt beïnvloed, met een zweempje Felliniaanse geestdrift, zal de
methode van Geneviève Van der Wielen eigenlijk meer dan hyperrealistisch
blijken te zijn in haar weergave van keiharde werkelijkheid die niet altijd
geschikt is om aan "de eerlijke mensen" te verkondigen; ze zal
vast en zeker verontrusten en deugdzame afkeuring en waardige walging
losmaken bij de middelmaat, gelukzalig gewikkeld in de ranzige luiers
van de etiquette en zachte zekerheden ..."
(Laurent
Dispas)
"... Ze is tegelijkertijd zichzelf - geheimzinnig ouderwets, dubbelzinnig
en griezelig realist - en door zinspeling velen anderen: de expressieve
monumentaliteit van Botero, de vage sensualiteit van Balthus, de schreeuwende
kleuren van Afrikaanse kunst, en ook een vleugje van Clovis Trouille...
"
(Jacques
Parisse, La Dernière Heure, januari 1988)
"... Gedurfd kleurgebruikster, schitterend tekenaarster met een overtuigende
reeks knap gestructureerde acryltekeningen, en die aangestuurd wordt door
een woeste en zonnige inspiratie, in een humor zonder bitterheid noch
woede, maar met een schokkende doeltreffendheid..."
(Nouvelles
Errances d'un Badaud, augustus 1984)
"... Dat zijn rijke en compacte werken, heel erg barok, tussen het
zuivere realisme, het fantastische en voorgewende onnozelheid...
... Tekenen blijft de basis van al haar schilderijen. Dat stelt haar in
staat om al haar figuren te verwringen en ze te plaatsen in onwaarschijnlijke
situaties..."
La
Libre Belgique, juni 1984)
"... Men heeft een beetje de indruk dat de schilder met elk schilderij
een vraag stelt of een probleem aan de orde stelt. Toch is haar werk niet
pornografisch of vulgair. Het bezit een oprechte aantrekkingskracht, zowel
door z'n techniek als door z'n originaliteit..."
(Liège,
Province d'Europe, april 1977)
"... Zelden werd de Vrouw zelden met zoveel onstuimige gevoeligheid
maar vooral met zoveel virtuositeit en gewaagde vrijheid door een vrouw
bezongen ..."
(Scop,
oktober 1976)
|
|